Inhoud modules

De opleiding is ingedeeld aan de hand van vier themalijnen, met daarbinnen een onderzoekslijn en een tutoraatslijn. Hieronder lees je meer over de inhoud van deze lijnen.

De opleiding is ingedeeld aan de hand van themalijnen. Per semester werken we intensief aan een themalijn. Binnen de themalijnen vormen de onderzoekslijn en de tutoraatslijn de rode draad. Vanaf het eerste semester ben je bezig met het nadenken over en uitvoeren van je eigen onderzoek.

Iedere module rond je af met een opdracht. Naast kennis vragen we vooral inzicht en toepassing. Bij de opdrachten leggen we zoveel mogelijk een verbinding naar de school.
  • Themalijn 1: Leraar en leren In deze leerlijn leer je over de vraag hoe kinderen, jongeren en volwassenen leren en welke idealen opvoeders, leraren en opleiders hebben om hen hierin te begeleiden. Het doel is: het aanreiken van een begrippenkader voor het spectrum aan verschijnselen die met leren, onderwijzen en opvoeden te maken hebben. Die verschijnselen kom je dagelijks in je eigen onderwijscontext tegen. De inhoud van de colleges en de literatuur helpen je om woorden te geven aan wat je ziet. Je verrijkt je begrippenkader en je legt een basis voor het vervolg van de opleiding, waarin je directer met het beïnvloeden van leerprocessen en met innoveren in organisaties aan de slag zult gaan. We nemen actuele trends in het onderwijs als invalshoek om verschillende pedagogische stromingen te behandelen. We plaatsen die in een christelijk-wijsgerig denkkader. Een van de trends die we bespreken is bijvoorbeeld opbrengstgericht werken. Je leert de voor- en nadelen hiervan zien en kunt hierover een eigen opvatting formuleren. We behandelen begrippen op een praktisch aansprekende manier, onder andere aan de hand van eigen video-opnamen.

    Docent: dr. Bram de Muynck
  • Themalijn 2: Onderwijs en innovatie in de klas In deze themalijn staat het onderwijs in de eigen klas centraal. Hoe geef je dat vorm? Waarom doe je dat op die manier? Is dat bewezen effectief? Hoe innovatief is dat? Er wordt op een open kritische manier gekeken naar het eigen handelen en dat van medestudenten, en welke ideeën daaraan ten grondslag liggen. Ook wordt er vanuit recente literatuur gekeken naar concepten en aanpakken die bewezen effectief zijn, en wordt dit uitgeprobeerd in de eigen praktijk.

    Docent: drs. ing. Henk Averesch
  • Themalijn 3: Innoveren binnen organisaties In de themalijn leer je over organiseren en innoveren binnen organisaties. Daarbij komen recente nationale en internationale inzichten, concepten en ontwikkelingen aan orde. Er is aandacht voor organisatieontwikkeling, de kwaliteit van onderwijsinnovaties, soorten interventies en de voorwaarden voor het succesvol zijn van een vernieuwing. Ook is er aandacht voor het werken in professionele leergemeenschappen en het effect van veranderingen op medewerkers en teamleden. Omdat een verandering plaatsvindt in een organisatiecontext, besteden we ook aandacht aan inzichten uit de organisatieleer en groepsdynamica. Tijdens dit semester word je door middel van opdrachten uitgedaagd om je eigen organisatie te onderzoeken en te analyseren op basis van verworven inzichten en theoretische concepten.

    Docent: Drs. Andries Nicolai
  • Themalijn 4: Leren en innoveren in internationale en interculturele context In deze themalijn bekijk je het leren en innoveren vanuit internationaal en intercultureel perspectief. In de westerse wereld is innoveren iets vanzelfsprekends, daarbuiten niet. Maar ook in westerse landen is er een grote diversiteit aan tradities waarmee je rekening moet houden als je gaat vernieuwen. Je ontdekt tijdens de colleges hoe je deze verschillen kunt verklaren. Je maakt kennis met modellen over culturele verschillen, die we verbinden met opvattingen van vernieuwen en werken aan kwaliteit van onderwijs. Deze themalijn komt na de internationale studiereis. In de colleges zal je dan ook gebruik maken van ervaringen die je daar hebt opgedaan en beschreven. Internationale onderwijsontwikkelingen worden toegelicht aan de hand van de trend naar ‘performativiteit’ in het onderwijs, zoals die ook al als voorbeeld aan de orde is geweest in themalijn 1. Door de aandacht hiervoor kome je weer terug bij de diversiteit aan daar behandelde visies. Op die manier maak je de cirkel van de opleiding rond.

    Docent: dr. Bram de Muynck
  • Onderzoekslijn

    Semester 1: Het schrijven van een kritische review en het ontwikkelen van een onderzoeksvraag
    Het eerste semester staan we allereerst stil bij de vraag: ‘Wat is onderzoek?’. De eerste fasen van de onderzoekscyclus worden uitgewerkt. Aan het begin van de master formuleer je een aanzet tot je eigen onderzoek. Deze aanzet vormt de start van de probleembeschrijving, waarin je een goede onderzoeksvraag ontwikkelt en een onderzoeksdoel formuleert. Literatuuronderzoek neemt in de eerste fase van de onderzoekscyclus een belangrijke plaats in: waar vind je goede literatuur, wat is goede, bruikbare literatuur en hoe lees je wetenschappelijke artikelen?

    Semester 2: Het schrijven van een onderzoeksopzet (inclusief theoretisch kader)
    Ook in semester twee werken we aan de onderzoekende houding en het ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden. De probleembeschrijving uit semester 1 gebruik je als basis voor het uitwerken van de onderzoeksopzet. Naast deze beschrijving staat hier ook het theoretisch kader in en ga je de onderzoeksvragen operationaliseren. Je denkt na over de uitvoering van je eigen onderzoek. Daarvoor reiken we verschillende onderzoekstechnieken aan. Ook bieden we de basisbeginselen van statistiek aan en krijg je les in SPSS, nadat je een kort onderzoekje hebt uitgevoerd.

    Semester 3: Analyse technieken 2 / resultaten en conclusies vanuit de data formuleren
    Tijdens semester 3 start je met een nieuwe fase van de onderzoekscyclus: het uitvoeren van een eigen onderzoek. In de colleges is ruimte om vragen te stellen over het uitvoeren van het onderzoek. Daarnaast ontwikkel je vaardigheden die van belang zijn voor de analyse van de onderzoeksdata. Vanuit de analyse leer je welke betekenis je aan deze data kunt geven en welke conclusies je daaruit kunt trekken.

    Semester 4: masterthesis
    Tijdens het laatste semester werk je aan je masterthesis. Begeleiding vindt plaats via individuele gesprekken. 

    Docenten: dr. Daniëlle van de Koot-Dees, dr. Elsbeth Visser-Vogel

  • Tutoraatslijn Gedurende de opleiding krijg je als groep intensieve begeleiding van een tutor. Het hoofddoel van de persoonlijke tutoraatslijn in de master Leren en innoveren is: de integratie van kennisontwikkeling, professionele- en persoonlijke ontwikkeling tot stand te brengen. Daarom is de tutoraatslijn een rode draad door het hele programma. Binnen de tutoraatslijn werken we aan de volgende doelen:

    1. Kritisch reflecteren op eigen handelen
    Een master is een specialist: iemand die zijn eigen vak verstaat en de kwaliteit daarvan hoog houdt. Dit veronderstelt voortdurend leren en verbeteren, allereerst met betrekking tot eigen handelen.

    2. Optimaliseren van leerprocessen
    Deze masteropleiding gaat over leren. Naast het eigen leren (zie 1) gaat het om het optimaliseren van het leren van leerlingen en het optimaliseren van leren en reflecteren door het docententeam en de schoolorganisatie. We gaan bij reflectie op zoek naar de drijfveren, wat inspireert, welke idealen worden nagestreefd. Wanneer je in staat bent je eigen doelen en idealen te realiseren, dan betekent dit een belangrijke positieve impuls in je leven.

    3. Innoveren van onderwijs
    In deze opleiding leer je ook innoveren. De master die ons voor ogen staat is iemand die zich heeft gespecialiseerd in het innoveren van onderwijs in het algemeen en in het innoveren van identiteit in het bijzonder.

    Concreet
    Tijdens de bijeenkomsten ontdek je waar jouw sterke punten liggen en hoe je de ander zicht kunt laten krijgen op zijn of haar sterke kanten.. Thema’s die aan de orde komen zijn o.a. hoe je belemmerende overtuigingen kunt gebruiken om je idealen te verkennen, hoe je bij communicatie verschillende informatiekanalen kunt benutten, hoe je je kwaliteiten het meest effectief kunt inzetten door af te stemmen op je eigen idealen en op de behoefte van je omgeving. Je bent ook praktisch bezig door te oefenen met het geven van een goede presentatie of het voeren van effectieve gesprekken.

    Docent: Peter Ruit (semester 1 en 2) en drs. Ellen Aanen-Zilvold (semester 3 en 4)

Activiteiten

Tweedaagse - eerste jaar
In het eerste jaar is er aan het begin van het jaar een tweedaagse op een externe locatie. In het tweede jaar presenteer je aan het begin van het jaar je onderzoeksopzet door middel van een posterpresentatie. Aan het einde van het jaar presenteer je je onderzoek. Bij beide presentaties word je bij de presentatie ondersteund door je leidinggevende. Beide presentaties vinden plaats op een door de opleiding georganiseerd symposium. Ook is er in het tweede jaar eeneen (door de studenten georganiseerde) internationale studiereis van ongeveer een week.

Studiereis - tweede jaar
Het hoort bij het niveau van een master, dat je leren en innoveren in een internationale context kunt plaatsen. Dat je bijvoorbeeld begrijpt dat het opbrengstgericht werken niet maar een Nederlandse vinding is, maar onderdeel uitmaakt van een internationale trend, zoals die bijv. in de USA onder de naam “ No Child Left Behind” en in Engeland in onder de titel “ Every Child Matters” zichtbaar is. Als groep studenten vorm je een professionele leergemeenschap en zorg je binnen een aantal kwaliteitsvoorwaarden zelfvoor het opzetten en uitvoeren van de internationale studiereis. Voor het programma is de gezamenlijke onderzoeksvraag uitgangs- en startpunt van dit onderdeel. Ook gaat elke student aan de slag met zijn of haar eigen ontwikkelvragen. In dit programma leerje gebruik te maken van etnografische onderzoekmethoden om zo tot een valide en betrouwbare beschrijving te komen van een onderwijsthema in een andere cultuur.