Je wordt zo iemand als je de tweejarige master Leren en innoveren volgt. Agnes van As-van Rietschoten, Silvia Oosting en Nadja Pruim doen deze master. Silvia en Nadje zijn naast ‘mastergenoten’ ook collega’s. Alle drie vertellen ze over hun beweegreden, inspiratie en ervaringen.
 
De master Leren en innoveren is er niet een die je er ‘even’ bijdoet: er staat twintig uur per week voor, plus een driewekelijkse collegedag. Dit alles naast een baan in het onderwijs. Nadja: “De studiebelasting is pittig, maar het is zeker te doen. Vooral omdat theorie en praktijk met elkaar zijn verbonden. Je hebt dus direct voordeel van wat je leert. Ik heb bijvoorbeeld geleerd hoe je leerlingen meer eigenaar maakt van hun eigen leerproces, hoe je gebruikmaakt van hun nieuwsgierigheid. Mijn leerlingen zijn nu geen onderwijsconsumenten meer, het zijn meedenkers. Ze verrassen me iedere dag opnieuw met originele vragen. Ze inspireren mij om ze te geven wat ze nodig hebben.” 

Scherpstellen

Niet alleen leidt de master op tot begeleiders binnen de klas, maar ook daarbuiten. Silvia: “Ik leer bijvoorbeeld om iets van verschillende kanten te bekijken en collega’s mee te krijgen. Tijdens vergaderingen ontstonden er in het verleden soms lange discussies. Ik merk dat ik nu gerichter kan meedenken en beter scherp krijgen waar het probleem ligt. Samen met mijn collega’s probeer ik helder te krijgen wat er gedaan moet worden. Dat samen naar een oplossing toewerken oefen ik vaak met Nadja. Zij is binnen de opleiding mijn peercoach. Het idee is dat een peercoach tips geeft en eventuele vragen beantwoordt. Het is leuk om elkaar aan te vullen en het is ook gewoon gezellig om dit traject samen te doen.” 

Digiquiz

Ook Agnes heeft in en rondom de colleges veel baat bij een peercoach: “Het is zo verhelderend om door iemands feedback steeds een ander gezichtspunt te ontdekken. Ik gun dat mijn eigen leerlingen ook. In mijn lessen probeer ik de kernkwaliteiten van ieder kind naar boven te halen en daar in de les gebruik van te maken. Dat kun je op een heel eigentijdse manier doen. Vanuit de master kreeg ik bijvoorbeeld de opdracht om met behulp van ICT verbeteringen aan te brengen in het klaslokaal. Ik koos ervoor om de voorkennis van mijn leerlingen in groepsverband op te halen. Ze beantwoordden een aantal vragen over het onderwerp op hun tablet. Hun antwoorden verschenen op het digibord, waardoor ze voor iedereen zichtbaar waren. Een prachtig startpunt voor een gezamenlijke discussie.” 

Niet één waarheid

Op de vraag wat de master haar tot nu toe vooral heeft opgeleverd, antwoordt Agnes zonder aarzelen: “Ik heb geleerd oog te hebben voor de kracht van een ander. Die kracht ontdek je niet door iemand te overtuigen, maar door open in gesprek te gaan, alles vanuit meerdere kanten te bekijken. Ik besef nu dat er niet één waarheid is, zelfs niet in de wetenschap. Dit besef zorgt ervoor dat ik collega’s anders benader. Dankzij de gesprekstechnieken die ik heb geleerd, kan ik beter de kwaliteiten van collega’s, maar ook van leerlingen naar boven halen. En door gebruik te maken van elkaars kwaliteiten krijg je krachtig onderwijs. Het grote belang van goed onderwijs geeft Nelson Mandela aan als hij zegt: ‘Education is the most powerful weapon which you can use to change the world’.”